Burgerinitiatieven en de toekomst van de zorg – interview ROS Friesland

In de zorg ontstaan door de decentralisaties, de technologische mogelijkheden, de noodzaak tot kostenbeheersing, en de wensen van patiënten steeds meer initiatieven om de zorg dichtbij huis te organiseren. Voorbeelden zijn kleinschalige woonvormen, gebruik van domotica en eHealth, substitutie van zorg uit het ziekenhuis naar de eerstelijnszorg en ook participatie van de burger in zijn eigen omgeving. Burgerinitiatieven spelen hierin een belangrijke rol. Dit was de aanleiding van Anneke Venema (directeur ROS Friesland) om met Doarpswurk in gesprek te gaan en hen te betrekken bij de recent gehouden Raad van Inspiratie.

Doarpswurk: dienstbaar maar ook uitdagen een stap verder te gaan
Doarpswurk is een organisatie die zich dienstbaar opstelt voor burgerinitiatieven in Friese dorpen. Hun missie: ‘Doarpswurk ondersteunt en stimuleert initiatieven die de leefbaarheid op het Friese platteland versterken. Doarpswurk legt de verantwoordelijkheid en het eigenaarschap bij het dorp zelf.’ Zij durven daarin de grenzen op te zoeken. ‘Wij lopen gelijke tred met de maatschappij en het liefst een stapje voor. We zoeken verbindingen op in de dorpen.’ De organisatie wil de burger die in een dorpsbelang actief is ontzorgen en ook helpen om zo goed mogelijk te innoveren. ‘We ondersteunen de burgerinitiatieven met bijvoorbeeld het aanvragen van subsidie.’ Doarpswurk wordt 100% gefinancierd door de provincie.

 

De zorg moet terug naar de burger
Titus Sijmonsma, adviseur bij Doarpswurk, gaat graag aan de slag met het realiseren van burgerinitiatieven en houdt daarbij ook de ontwikkelingen in de zorg goed in de gaten. ‘We moeten het laten werken dat het huis waarin je leeft het huis is waarin je zal sterven, dat is ook de koers die de overheid Nederland meegeeft.’

 

Huisartsen die naar de burger toe komen
‘In het kader van leefbaarheid zien wij het dorpshuis als een belangrijke functie.’ Titus zet zich onder andere in voor het behoud van dorpshuizen en voor activiteiten die daar aan verbonden zijn. Wat hij steeds meer ziet gebeuren is dat er huisartspraktijken in dorpshuizen ingericht worden. ‘Bijvoorbeeld in Boarnburgum, daar huren een apotheekhoudend huisarts en een fysiotherapeut een ruimte in het dorpshuis. Die plattelandsdokter houdt daar 3 keer in de week spreekuur. Dat zijn mooie succesvoorbeelden! Ook in Raerd houdt de huisarts van Grou twee keer in de week een spreekuur in het dorpshuis. Dat past ook in de nieuwe manier van naar zorg kijken.’

 

Op een positieve manier mensen helpen de goede keuze te maken
De rol van de huisarts in een dorp is heel belangrijk, weet Titus. ‘Soms beginnen huisartsen zelf te bewegen. Bijvoorbeeld wanneer ze zien dat obesitas een probleem is in een bepaald dorp en mensen niet gemotiveerd zijn om daar iets aan te doen. De huisarts komt dan bij ons en vraagt; hoe kunnen we dat regelen?’ Doarpswurk wil dan meewerken aan leuke initiatieven die mensen aan het bewegen krijgen, bijvoorbeeld een fietstocht. ‘Dan benader je het op een leuke manier, zonder dat mensen beoordeeld worden.’

 

Meer samenwerking is gewenst, schotten moeten verdwijnen
Doarpswurk werkt nóg niet samen met wijkteams. ‘Ook wij zijn als organisatie nog zoekende op dat onderwerp. In een wijkteam zitten meerdere mensen die andere organisaties vertegenwoordigen. Die organisaties hebben allemaal een eigen belang, waar samenwerkingen door beïnvloed worden. Dus daar zit nog steeds een soort landjepik in. Eigenlijk zouden we daar minder schotten in moeten hebben.’ Hij ziet graag dingen veranderen in de organisatie van de zorg. ‘Gemeenten willen het liefst nog bulkafspraken maken als het gaat om zorg. Maar, de zorg moet goedkoper in het kader van de WMO.’ Gemeenten zouden volgens Titus vaker met zelfstandige zorgverleners moeten werken in plaats van grote zorgorganisaties. ‘Eenpitters doen fantastisch werk en ze zijn vele malen goedkoper dan grote organisaties. Het is een kwestie van tijd voordat dat gezien wordt. Ik denk dat die grote organisaties op termijn veel duurder zijn.’

 

Dit artikel is overgenomen van de website van ROS Friesland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *