Dorpshulp BMRH laat mensen naar elkaar omzien

Mensen die naar elkaar omzien in een dorp, dat is de insteek van een zorgcoöperatie. In Bakhuizen en omstreken draait sinds vorig jaar Dorpshulp BMRH, maar de ambities zijn groter: zorgwoningen in het dorp.

 

Het begon met een toevallige ontmoeting op straat. ‘Wat zou het mooi zijn dat Bakhuizen voor haar eigen ouderen zou kunnen zorgen’, opperde iemand. De opmerking zette Bram Boehlé aan het denken. Hij schreef een businessplan  – dat was jarenlang zijn werk geweest – en legde het voor aan leden van de KBO (Katholieke Bond van Ouderen) in het dorp. Zo begon het balletje te rollen. Er volgden huiskamergesprekken, een enquête die huis-aan-huis werd verspreid en er kwam hulp van Miks Welzijn, de welzijnsorganisatie van de gemeente De Fryske Marren. In maart vorig jaar was de officiële oprichting van zorgcoöperatie Dorpshulp BMRH een feit. BMRH staat voor de dorpen Bakhuizen, Mirns, Rijs, Hemelum. Bakhuizen, Mirns en Rijs werkten al samen onder één vereniging voor dorpsbelang, Hemelum is als buurdorp aan de zorgcoöperatie aangehaakt.

 

Dorpshulp BMRH telt ondertussen circa 140 leden, met name in de oudere categorie. ‘We willen het  naar onderen toe uitbreiden’, zegt Boehlé, voorzitter van de zorgcoöperatie en (tevens penningmeester van dorpsbelang). De filosofie achter de zorgcoöperatie is solidariteit en omzien naar elkaar. Iemand die lid is, kan hulp vragen, maar wordt ook geacht hulp te bieden als daar om gevraagd wordt. ‘Dat is soms nog best lastig, want mensen willen hulp vaak afdoen met geld. Dat is niet de bedoeling van de zorgcoöperatie. Bij de intake van leden wordt gevraagd wat je zou willen doen en waar je zelf behoefte aan denkt te hebben.’

 

De zorgcoöperatie Dorpshulp BMRH biedt verschillende diensten. Zo is er ondersteuning van mantelzorgers, een vervoersdienst, een klussendienst voor kleine klusjes in huis en hulp bij administratie en dergelijke. Ook is er een duofiets aangeschaft waarmee met een vrijwilliger tochtjes in de omgeving kunnen worden gemaakt. ‘We doen niets wat er al is’, benadrukt de voorzitter. ‘We gaan bijvoorbeeld geen werk doen wat professionele klussenbedrijven, vervoersdiensten of thuiszorginstellingen ook aanbieden. Het gaat juist om dingen waarvoor je geen professional inschakelt, maar die wel nodig zijn. Bijvoorbeeld het ophangen van een schilderijtje, een kort ritje ergens naartoe of even inspringen bij de mantelzorg omdat iemand dringend weg moet. De Dorpshulp is altijd bereikbaar en soms is iets binnen vijf minuten geregeld. Dat is het grote voordeel in vergelijking met de professionele instellingen die veel langere lijnen hebben.’

 

De Dorpshulp heeft ook een doorverwijsfunctie naar andere, professionele organisaties in de gemeente. ‘Het is best lastig om in de wereld van welzijn en zorg je weg te vinden. Daar kunnen wij bij helpen.’ Daarnaast wordt ook wel bij andere vragen doorverwezen. ‘Per vraag wordt beoordeeld of de dorpshulp dat kan doen of niet. Wat er al is, doen we niet; we willen geen concurrent worden van bedrijven.’

 

De dorpshulp loopt goed, al staat de telefoon niet roodgloeiend. Er is vooral vraag naar ondersteuning van de mantelzorg en vervoer. Maar de ambitie is groter. Een andere tak van de zorgcoöperatie is de realisatie van zorgwoningen in Bakhuizen. Boehlé: ‘Mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen en nog te goed zijn voor een verpleeghuis, zijn nu aangewezen op woonvoorzieningen in Balk of Koudum. Wij willen voor deze mensen graag een woonzorgvoorziening in Bakhuizen realiseren.’ De initiatiefnemers maakten een plan voor tien zorgwoningen, vier seniorenwoningen en enkele kamers voor revalidatie. Momenteel wordt gewerkt aan een haalbaarheidsonderzoek en daarna moet een businessplan worden gemaakt, gevolgd door de financiering. ‘We willen graag als pilot dienen, want het is redelijk uniek dat een dorp zelf een dergelijk project ontwikkelt.’

 

Het plan valt buiten de woonvisie die de gemeente De Fryske Marren heeft gemaakt en die in de ogen van Boehlé en zijn medebestuursleden van dorpsbelang de dorpen in de gemeente tekort doet. ‘In de woonvisie wordt alleen maar gekeken naar de grote kernen. In Bakhuizen worden meer huurwoningen afgebroken dan dat er weer worden gebouwd. Zo raak je je jongeren kwijt en bevorder je krimp, terwijl Bakhuizen juist een vitaal dorp is. Binnen het project ‘Better Bakhuizen’ van dorpsbelang – waarvan de zorgcoöperatie ook onderdeel is – wordt op verschillende fronten gewerkt aan de leefbaarheid van het dorp. De saamhorigheid is groot en het is een ambachtelijk dorp. Daar kun je gebruik van maken bij de bouw van de zorgwoningen. Bovendien bevorder je met deze woningen de doorstroming en krijgen jongeren de kans om in het dorp te blijven wonen.’

 

De zorgcoöperatie van Bakhuizen maakt onderdeel uit van het Netwerk Duurzame Dorpen. ‘Je kunt van elkaar leren en we zijn bereid om onze kennis en ervaringen met anderen te delen’, zegt voorzitter Boehlé.

 

Tekst en foto: Ida Hylkema