Category Archives: Interview

Samenwerken aan thuis gezond oud worden

Gezond oud worden wil iedereen, maar wordt ook steeds belangrijker met het oog op de toenemende vergrijzing. Nu ouderen langer thuis blijven wonen, verplaatst de zorg zich steeds meer naar de thuisomgeving. Het Netwerk Zorgzame Dorpen organiseert daarom samen met Sûnenz en NHL Stenden Hogeschool een bijeenkomst over dit thema op 18 juni, specifiek gericht op eenzaamheid.

 

Sûnenz is een vereniging die is opgezet door ZuidOostZorg, huisartsen en apothekers, GGZ Fryslân en bovenal de ouderen zelf als vertegenwoordiging van de ouderenbonden. Momenteel zijn er 70 partners verbonden aan Sûnenz en deze groep groeit nog steeds. Alle aangesloten partijen zetten zich actief in om mensen gezond en vitaal ouder te laten worden in Fryslân.

 

Om de stijgende zorgvraag het hoofd te kunnen bieden, is preventie erg belangrijk, stelt programmamanager Michel Dijkman van Sûnenz. ‘Als je er op tijd bij bent, blijven mensen langer vitaal en hebben ze minder zorg nodig. Sûnenz biedt activiteiten en projecten met als basis een actieve levensstijl waarin voeding, bewegen en leefplezier centraal staan. Continu in beweging blijven is belangrijk, maar ook goed eten en leuke dingen blijven doen.’

 

De activiteiten van Sûnenz worden vaak vanuit locaties van ZuidOostZorg georganiseerd, zoals verpleeghuis Neibertilla in Drachten waar Sûnenz is gehuisvest. ‘Maar we gaan ook steeds meer op zoek naar wat er in wijken en dorpen gebeurt en of we daar ook kunnen samenwerken’, vertelt beleidsadviseur Inez Overwijk. ‘Binnen dorpshuizen bijvoorbeeld worden ook initiatieven ontplooid voor ouderen. Wij kunnen met onze kennis en ons netwerk hierin ondersteuning bieden als daar vraag naar is.’ Zo is de link met het Netwerk Zorgzame Dorpen gelegd. ‘De kracht is om samen te werken en kennis te delen.’

 

Met adviseurs Eddy Lania en Titus Sijmonsma van Doarpswurk werd gezocht naar een thema voor een gezamenlijke bijeenkomst en dat werd eenzaamheid. Een onderwerp dat ook in dorpen speelt en best lastig is, want hoe krijg je deze groep in beeld en hoe bereik je ze? Dijkman: ‘Een sociaal netwerk is erg belangrijk en activiteiten helpen daarbij. Je gaat bijvoorbeeld niet alleen naar een koor om te zingen, maar ook om mensen te ontmoeten en ergens bij te horen. Daarom is een dorps- en buurthuis waar dingen worden georganiseerd ook zo belangrijk.’

 

‘Maar de oplossing ligt niet altijd in het aanbieden van activiteiten’, nuanceert Overwijk. ‘Dat is vaak ook niet wat mensen die te kampen hebben met eenzaamheidsproblematiek zoeken. Ze willen van waarde zijn. Iedereen heeft iets te brengen, ook de persoon die thuis zit. En dat kom je alleen te weten door met degene in gesprek te gaan en te ontdekken wat dat is. Zo kan die persoon die nooit op bijeenkomsten in het dorp komt, wel een hele handige klusjesman blijken te zijn waar hij voldoening en waardering uit kan halen.’

 

Sûnenz heeft een programma ontwikkeld waarmee belangstellenden op dorps- en wijkniveau mensen met een zorgvraag kunnen herkennen en kunnen helpen deze in te vullen: de Master van Sûnenz. De master is erop gericht om mensen die moeite hebben de weg te vinden in de maatschappij te laten helpen door mensen die dat nog wel kunnen. Op de site van Sûnenz staat het als volgt beschreven: ‘Als Master fan Sûnenz wordt je opgeleid om problemen te herkennen in jouw omgeving, het bespreekbaar te maken en er iets aan te doen. (..) Jij ziet wat er beter kan, voor wie, en weet wie je nodig hebt om dat verschil ook echt te maken. De Master fan Sûnenz is geen functie, maar een roeping. Met deze opleiding help jij jezelf om anderen te helpen.’

 

Adviseur Eddy Lania is blij met de samenwerking met Sûnenz en NHL Stenden Hogeschool. De hogeschool heeft een training ontwikkeld op het gebied van eenzaamheid en via onderzoek en stageairs contact met het werkveld, waaronder ZuidOostZorg en Sûnenz. ‘NHL Stenden Hogeschool heeft de inhoudelijke expertise, Sûnenz de kennis en ervaring uit de praktijk en wij hebben met Netwerk Zorgzame Dorpen een netwerk en podium waar die kennis gedeeld kan worden. Het is een mooie driehoeksrelatie waarin we elkaar kunnen versterken.’

 

De bijeenkomst over eenzaamheid is op dinsdag 18 juni in verpleeghuis Neibertilla in Drachten. Kijk in de agenda voor de informatie.
Het voornemen is om in het najaar een bijeenkomst over het thema dementie te organiseren. Vragen, neem contact op met Eddy Lania

 

Tekst en foto (Inez Overwijk & Michel Dijkman): Ida Hylkema

Dorpshulp BMRH laat mensen naar elkaar omzien

Mensen die naar elkaar omzien in een dorp, dat is de insteek van een zorgcoöperatie. In Bakhuizen en omstreken draait sinds vorig jaar Dorpshulp BMRH, maar de ambities zijn groter: zorgwoningen in het dorp.

 

Het begon met een toevallige ontmoeting op straat. ‘Wat zou het mooi zijn dat Bakhuizen voor haar eigen ouderen zou kunnen zorgen’, opperde iemand. De opmerking zette Bram Boehlé aan het denken. Hij schreef een businessplan  – dat was jarenlang zijn werk geweest – en legde het voor aan leden van de KBO (Katholieke Bond van Ouderen) in het dorp. Zo begon het balletje te rollen. Er volgden huiskamergesprekken, een enquête die huis-aan-huis werd verspreid en er kwam hulp van Miks Welzijn, de welzijnsorganisatie van de gemeente De Fryske Marren. In maart vorig jaar was de officiële oprichting van zorgcoöperatie Dorpshulp BMRH een feit. BMRH staat voor de dorpen Bakhuizen, Mirns, Rijs, Hemelum. Bakhuizen, Mirns en Rijs werkten al samen onder één vereniging voor dorpsbelang, Hemelum is als buurdorp aan de zorgcoöperatie aangehaakt.

 

Dorpshulp BMRH telt ondertussen circa 140 leden, met name in de oudere categorie. ‘We willen het  naar onderen toe uitbreiden’, zegt Boehlé, voorzitter van de zorgcoöperatie en (tevens penningmeester van dorpsbelang). De filosofie achter de zorgcoöperatie is solidariteit en omzien naar elkaar. Iemand die lid is, kan hulp vragen, maar wordt ook geacht hulp te bieden als daar om gevraagd wordt. ‘Dat is soms nog best lastig, want mensen willen hulp vaak afdoen met geld. Dat is niet de bedoeling van de zorgcoöperatie. Bij de intake van leden wordt gevraagd wat je zou willen doen en waar je zelf behoefte aan denkt te hebben.’

 

De zorgcoöperatie Dorpshulp BMRH biedt verschillende diensten. Zo is er ondersteuning van mantelzorgers, een vervoersdienst, een klussendienst voor kleine klusjes in huis en hulp bij administratie en dergelijke. Ook is er een duofiets aangeschaft waarmee met een vrijwilliger tochtjes in de omgeving kunnen worden gemaakt. ‘We doen niets wat er al is’, benadrukt de voorzitter. ‘We gaan bijvoorbeeld geen werk doen wat professionele klussenbedrijven, vervoersdiensten of thuiszorginstellingen ook aanbieden. Het gaat juist om dingen waarvoor je geen professional inschakelt, maar die wel nodig zijn. Bijvoorbeeld het ophangen van een schilderijtje, een kort ritje ergens naartoe of even inspringen bij de mantelzorg omdat iemand dringend weg moet. De Dorpshulp is altijd bereikbaar en soms is iets binnen vijf minuten geregeld. Dat is het grote voordeel in vergelijking met de professionele instellingen die veel langere lijnen hebben.’

 

De Dorpshulp heeft ook een doorverwijsfunctie naar andere, professionele organisaties in de gemeente. ‘Het is best lastig om in de wereld van welzijn en zorg je weg te vinden. Daar kunnen wij bij helpen.’ Daarnaast wordt ook wel bij andere vragen doorverwezen. ‘Per vraag wordt beoordeeld of de dorpshulp dat kan doen of niet. Wat er al is, doen we niet; we willen geen concurrent worden van bedrijven.’

 

De dorpshulp loopt goed, al staat de telefoon niet roodgloeiend. Er is vooral vraag naar ondersteuning van de mantelzorg en vervoer. Maar de ambitie is groter. Een andere tak van de zorgcoöperatie is de realisatie van zorgwoningen in Bakhuizen. Boehlé: ‘Mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen en nog te goed zijn voor een verpleeghuis, zijn nu aangewezen op woonvoorzieningen in Balk of Koudum. Wij willen voor deze mensen graag een woonzorgvoorziening in Bakhuizen realiseren.’ De initiatiefnemers maakten een plan voor tien zorgwoningen, vier seniorenwoningen en enkele kamers voor revalidatie. Momenteel wordt gewerkt aan een haalbaarheidsonderzoek en daarna moet een businessplan worden gemaakt, gevolgd door de financiering. ‘We willen graag als pilot dienen, want het is redelijk uniek dat een dorp zelf een dergelijk project ontwikkelt.’

 

Het plan valt buiten de woonvisie die de gemeente De Fryske Marren heeft gemaakt en die in de ogen van Boehlé en zijn medebestuursleden van dorpsbelang de dorpen in de gemeente tekort doet. ‘In de woonvisie wordt alleen maar gekeken naar de grote kernen. In Bakhuizen worden meer huurwoningen afgebroken dan dat er weer worden gebouwd. Zo raak je je jongeren kwijt en bevorder je krimp, terwijl Bakhuizen juist een vitaal dorp is. Binnen het project ‘Better Bakhuizen’ van dorpsbelang – waarvan de zorgcoöperatie ook onderdeel is – wordt op verschillende fronten gewerkt aan de leefbaarheid van het dorp. De saamhorigheid is groot en het is een ambachtelijk dorp. Daar kun je gebruik van maken bij de bouw van de zorgwoningen. Bovendien bevorder je met deze woningen de doorstroming en krijgen jongeren de kans om in het dorp te blijven wonen.’

 

De zorgcoöperatie van Bakhuizen maakt onderdeel uit van het Netwerk Duurzame Dorpen. ‘Je kunt van elkaar leren en we zijn bereid om onze kennis en ervaringen met anderen te delen’, zegt voorzitter Boehlé.

 

Tekst en foto: Ida Hylkema

ToekomstWonen.nu richt zich op (toekomstige) senioren in het dorp

De gevolgen van vergrijzing en ontgroening zijn items waarmee veel Plaatselijke Belangen worstelen. ‘We moeten daar iets mee doen, maar wat en hoe dan?’, vragen bestuurders zich af. Vier Plaatselijke Belangen in Weststellingwerf pakten twee jaar geleden de handschoen op en werken nu samen in het programma “Langer thuis in eigen dorp”. ToekomstWonen.nu is een initiatief van Plaatselijk Belang van de dorpen De Hoeve, Oldeholtpade, Nijeholtpade en Oosterstreek en wordt gecoördineerd door de overkoepelende Vereniging Kleine Dorpen (VKD) in Weststellingwerf. ‘Dorpen vergrijzen’, zegt Trijntje Köhler uit Nijeholtpade, een van de trekkers van het project. ‘Uit cijfers blijkt dat 25 tot 30 procent van onze inwoners nu al ouder dan 65 jaar is en dat aandeel zal alleen maar toenemen. Het overheidsbeleid is erop gericht dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en veel ouderen willen dat zelf ook. Daar is ToekomstWonen.nu op gericht.’

 

Het programma richt zich op verschillende aspecten waarmee ouderen te maken krijgen: wonen, zorg, welzijn en technologie/digitalisering. De eerste activiteit was een informatiedag twee jaar geleden in het Linde College Wolvega. Daarna volgde een “Slimme Snufjesdag” in 2017 (gericht op veiligheid en technologie) en op 3 maart jl. was de tweede informatiedag ‘Langer thuis in eigen dorp’. Thema van de dag was ‘ontmoeten’ en er waren talloze stands, van woningbouwvereniging tot thuiszorgorganisatie en van de bibliotheek tot de brandweer.

 

 

‘Het doel van de informatiedag was niet alleen informatie verschaffen, maar ook om mensen een stukje bewustwording bij te brengen. Onze doelgroep is de groep toekomstige senioren die nu nog volop in het leven staan, maar die wel moeten gaan nadenken wat ze nodig hebben om langer thuis te kunnen blijven wonen. Dat kan handige technologie zijn, maar wellicht ook een kleiner huis of speciaal vervoer. Dorpen kunnen hier dan weer op inspelen.’

 

ToekomstWonen.nu rust op verschillende pijlers en waakt ervoor het wiel opnieuw uit te vinden. Zo draait het mee in het landelijk project Mijn Huis Op Maat, een informatief platform over veilig wonen en ouder worden. Onderdeel is de Huistest, die wordt uitgevoerd door vrijwilligers uit het eigen dorp. Met vaak eenvoudige aanpassingen en technische snufjes – domotica – kan een huis toegankelijker, comfortabeler en veiliger worden gemaakt.

 


In De Hoeve wordt het deelproject ‘ruilverwoning’ uitgevoerd. Dit is afgeleid van de ruilverkaveling in de landbouw, legt voorzitter Eddy Lania van VKD uit. ‘Ruilverwoning is de herverdeling van onroerend goed. Jongeren willen een starterswoning en senioren willen vaak kleiner gaan wonen. Daar ligt een spanningsveld, want vraag en aanbod van woningen matchen niet met elkaar. Samen met architecten brengen we de woonwensen van de dorpsbewoners in beeld en proberen we in kaart te brengen hoe het onroerend goed herverdeeld kan worden. Bijvoorbeeld door opsplitsing van een woonboerderij in twee kleinere woningen. En waar nodig kleinschalige nieuwbouw.’

 

Een andere pijler wordt gevormd door de keukentafelgesprekken die inzicht moeten verschaffen in de specifieke wensen en behoeften van de ouderen en de mogelijkheden die er zijn. Dit wordt ingevuld door Mienskipssoarch die in Weststellingwerf de pilot Blij(f) Wonen uitvoert. Dit is een nieuwe werkwijze om particuliere huiseigenaren te ondersteunen langer zelfstandig in hun eigen huis te blijven wonen en daarbij de woonkwaliteit op peil te houden.

 

En dan zijn er nog de cursussen digitale vaardigheden die in samenwerking met SeniorWeb in het dorpshuis worden gegeven en andere clubs en ontmoetingsmomenten die spontaan zijn ontstaan. ‘Iedereen wil wel iets doen voor het dorp, maar je moet het wel organiseren en mensen hebben die de kar willen trekken’, zegt Trijntje Köhler. ‘Belangrijk is dat je als dorp een visie hebt wat je verstaat onder zorgzaam dorp en hoe je dat zou willen organiseren. Onze ervaring is dat je klein moet beginnen. ToekomstWonen.nu is een voorbeeld dat andere dorpen kunnen gebruiken en overnemen’, vult Eddy Lania aan. ‘Het zaadje is geplant en we hopen dat het nu gaat ontkiemen.’

 

In het Netwerk Zorgzame Dorpen, onderdeel van Doarpswurk, delen Friese dorpen hun initiatieven zodat andere dorpen ook aan de slag kunnen om zelf zorg en welzijn in hun dorp te organiseren. Donderdag 22 maart is er een inspiratiebijeenkomst in MFC It Kattehûs in Jirnsum.

 

Tekst: Ida Hylkema

Foto’s: Lenus van der Broek